nog nooit stond ik zo dicht bij je
haartjes op je gezicht laten zich lezen,
de poriën laten zich vertalen
nog nooit stond ik zo ver van je
om te vertellen waar het over gaat.
stokkend stapelen de muren zich op
tot alles in omhulsel is gebonden.
nog nooit stond ik zo dicht bij je
haartjes op je gezicht laten zich lezen,
de poriën laten zich vertalen
nog nooit stond ik zo ver van je
om te vertellen waar het over gaat.
stokkend stapelen de muren zich op
tot alles in omhulsel is gebonden.
Een afgemeten lichaam ligt geruisloos op de vloer. Zijn buik op en neer bewegend. Licht trillend op het ritme van zijn hart. Ogen gesloten. Vingers op de koude vloer, afgebeten.
Krachteloos trillen wimpers proberend een straal van licht in hun pupil te vangen.
Krachteloos blijft zijn lichaam geruisloos op de vloer liggen. Een onsamenhangend systeem tussen lichaam en gedachten. De gedachten zijn een dictator in een anarchistische staat. Machteloos.
Het enige wat het lichaam in leven houdt, is het hart. Alleen hij kan het eindeloze wachten beïndigen. Alleen kan het eindeloze wachten folterend voortzetten.
Geruisloos op de vloer ligt hij te wachten.
Het ritme van zijn hart wordt gelijkgesteld aan secondes. Iedere seconde wordt geteld.
Besef van tijd is verloren...
[Kortverhaal over een oudere persoon die gevallen is en niets kan doen, tenzij wachten.]
Zittend in de zon
wachtend tot het einde nadert,
omringd door geuren
verwijderd van wat is,
verwijderd van wat gebeurt,
verloren in zichzelf.
Zittend in de zon,
maakt hij zijn verhaal,
zonder einde,
zonder begin,
een verhaal zonder doel,
maar een verhaal met een leven.
Zittend in de zon
geniet hij van wat niemand ziet,
hoort hij waar we aan voorbij gaan,
ziet hij wat onzichtbaar is,
verloren in zijn eigen schoonheid,
verloren in zichzelf.
Tranen stromen,
vullen de poriën van haar wangen.
Vertraagd door haar dons,
verspreiden ze langzaam een zoute smaak,
sporen nalatend op haar gezicht.
de roze roos.
éen mouwveeg doet alles verdwijnen.
Enkel de glans op haar huid,
verraadt de tranen,
die in haar ooghoeken trillen.
de roze roos.
Verwelkt ligt ze op het graf;
blaadjes trillend in de wind.
Je zit naast me, naast me zoals we gewoon waren.
Het geluid van je ademen, bepaalt nu mijn hartslag.
De tijd bepaalt mijn denken
Je zit naast me, verborgen achter herinneringen.
Telkens veranderend van gedaante.
Twee vreemden.
Starend, verloren, alleen.
Je zit naast me.
Je fluistert: " ik hou van je."
Alleen de blijvende stilte vertelt me dat die tijd voorbij is.